De rechtbank Rotterdam heeft op 10 juli 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam. De naheffingsaanslag betrof een parkeeractie op 24 december 2023 met een totaalbedrag van €68,42.
Eiser voerde aan dat er geen sprake was van parkeren maar van laden en lossen, en dat hij niet wist dat op de locatie betaald parkeren gold vanwege het ontbreken van een bord. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van scannen onmiddellijk laden en lossen plaatsvond, mede gelet op foto’s waaruit bleek dat de auto geparkeerd stond met gesloten ramen en deuren zonder zichtbare goederen of personen in de nabijheid.
Daarnaast heeft eiser onvoldoende onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van parkeerbelasting, terwijl dit volgens vaste rechtspraak een onderzoeksplicht is van de parkeerder. De aanwezigheid van een parkeerautomaat nabij de locatie maakte de parkeerplicht voldoende kenbaar. De rechtbank wees ook het beroep af dat de heffingsambtenaar de menselijke maat had moeten toepassen, omdat het opleggen van een naheffingsaanslag een gebonden beslissing is zonder beoordelingsruimte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslag en wees het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.