ECLI:NL:HR:2025:90
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over parkeerbelasting bij laden en lossen in Rotterdam
Het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam legde aan belanghebbende, die pakketten groente en fruit bezorgt, twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting op omdat een busje op parkeerplaatsen stond zonder dat parkeerbelasting was voldaan. Het Hof Den Haag oordeelde dat het laden en lossen van de pakketten onder de uitzondering van parkeren viel, omdat de pakketten van zodanige omvang en gewicht waren dat bezorging anders dan per auto niet realistisch was.
De Hoge Raad stelt echter dat het Hof ten onrechte zijn oordeel baseerde op algemene gegevens over de pakketten en het vervoer, in plaats van op de feitelijke lading en lossing op de specifieke momenten van controle. Ook mocht het Hof niet meewegen dat er pakketten voor andere adressen in het voertuig zaten. De Hoge Raad benadrukt dat voor de uitzondering van parkeren het daadwerkelijke laden en lossen van zaken van voldoende omvang en gewicht op het moment van stilstand moet worden vastgesteld.
Omdat uit de stukken niet blijkt hoeveel en welke pakketten op de controleplaatsen zijn geladen of gelost, vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. De bewijslast ligt bij de heffingsambtenaar voor het stilstaan zonder betaling, en bij belanghebbende voor het beroep op de uitzondering van onmiddellijk laden en lossen.
De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en spreekt het arrest uit op 17 januari 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.