ECLI:NL:RBROT:2025:12754
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen nadere beslistermijn Dienst Toeslagen ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet van de Dienst Toeslagen tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep van een burger gegrond werd verklaard en de Dienst werd opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen, onder dreiging van een dwangsom.
De Dienst Toeslagen stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat geen verweerschrift was ingediend, terwijl dit op 26 april 2023 wel was gebeurd. Tevens verwees zij naar een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland die een langere beslistermijn toestond. De rechtbank oordeelde echter dat zelfs indien zij kennis had genomen van het verweerschrift, dit niet tot een andere beslissing zou hebben geleid.
De rechtbank benadrukte dat het vaststellen van de hoogte van de dwangsom en de beslistermijn een discretionaire bevoegdheid van de rechter is. De rechtbank handhaafde haar eerdere lijn dat de standaardtermijn van twee weken na het verweerschrift geldt, ook bij bijzondere omstandigheden.
De verzetrechter achtte de eerdere uitspraak zonder zitting voldoende gemotiveerd en zag geen aanleiding om af te wijken. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand. Proceskostenveroordeling werd afgewezen omdat het schriftelijk voeren van verweer in verzet niet in het proceskostenbesluit is opgenomen.
Uitkomst: Het verzet van de Dienst Toeslagen tegen de nadere beslistermijn wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.