In deze zaak staat de vraag centraal of de huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte een looptijd van vijf of tien jaar heeft. Eiseres stelt dat de overeenkomst is geëindigd op 30 april 2023 en dat gedaagde het pand sindsdien zonder recht gebruikt, terwijl gedaagde een tienjarige huurovereenkomst betwist.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet heeft bewezen dat een tienjarige huurovereenkomst is gesloten. De overgelegde kopie met tienjarige looptijd is niet ondertekend en getuigenverklaringen zijn tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd. Eiseres heeft een overeenkomst met natte handtekeningen overgelegd die een looptijd van vijf jaar bevat.
Daarom wordt de vordering tot ontruiming toegewezen en moet gedaagde binnen zeven dagen het gehuurde ontruimen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van gebruiksvergoeding vanaf november 2023 en een contractuele boete van €12.000 wegens te late betaling. De gevorderde schadevergoeding wegens afgeleide schade wordt afgewezen. De proceskosten worden grotendeels aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.