Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
zetelende te De Steeg, gemeente Rheden,
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 december 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank Gelderland van 18 mei 2016 vernietigd. De rechtbank had de door de Gemeente gevorderde vervroegde onteigening uitgesproken en een voorschot vastgesteld. Tijdens de procedure had de advocaat van eiser zich onttrokken, waarna de zaak werd bepleit door de zoon van eiser.
De rechtbank had in haar vonnis stukken betrokken die door de Gemeente na het bepalen van het vonnis aan de rechtbank waren toegezonden, waaronder een faxbericht met een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser was niet in de gelegenheid gesteld om zich over deze stukken uit te laten, noch waren deze stukken op de juiste wijze in het geding gebracht.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte acht had geslagen op deze stukken, omdat dit in strijd was met de procesrechtelijke voorschriften, waaronder het beginsel van hoor en wederhoor en het Landelijk Procesreglement. De Hoge Raad stelde dat de rechtbank ook in onteigeningszaken geen kennis mag nemen van stukken die buiten de verplichte procesvertegenwoordiger om worden toegezonden, zeker niet nadat het vonnis was bepaald.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank Gelderland voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd de Gemeente veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank Gelderland wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.