ECLI:NL:RBROT:2025:11437
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen waardebepaling WOZ onroerende zaak afgewezen wegens tijdigheid en onderbouwing
Eiseres betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning in de gemeente Molenlanden, vastgesteld op €560.000,- per 1 januari 2021. Zij stelde dat de waarde nihil moest zijn vanwege de slechte staat van het pand en het monumentenstatus die sloop onmogelijk maakt.
De rechtbank beoordeelde eerst de tijdigheid van het beroep. Het beroepschrift werd meer dan zes weken na dagtekening van de uitspraak op bezwaar ingediend. Eiseres stelde dat de uitspraak pas op 16 december 2022 bekend was gemaakt, maar de heffingsambtenaar kon niet aannemelijk maken dat de verzending niet op 18 oktober 2022 had plaatsgevonden. Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De vergelijkingsmethode hield rekening met de slechte staat van de woning via correctiefactoren. De grondwaarde werd niet betwist en vormde een substantieel deel van de waarde. De stelling van eiseres dat de inhoud van de woning ten onrechte was vastgesteld, werd verworpen omdat de waardering op gebruiksoppervlakte was gebaseerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter C. Laukens en griffier M. Noordegraaf op 30 september 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard vanwege niet-tijdige indiening en voldoende onderbouwing van de waardebepaling.