ECLI:NL:HR:2024:59
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over bewijs van verzending naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende betwistte de ontvangst van een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Delft, waarop de heffingsambtenaar stelde dat de aanslag op 26 augustus 2021 per post was verzonden. De Rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat het duplicaat van de aanslag was verzonden, mede op basis van verzendadministratie.
Belanghebbende voerde verzet aan tegen deze uitspraak, maar ook dit werd ongegrond verklaard. In cassatie stelde belanghebbende dat de stukken niet voldoende bewijs bevatten dat het duplicaat daadwerkelijk de postkamer had verlaten en dat niet was vastgesteld aan welk postvervoerbedrijf het was aangeboden.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewijslast voor de heffingsambtenaar inhoudt dat hij aannemelijk moet maken dat het stuk aan een postvervoerbedrijf is aangeboden. De Rechtbank heeft dit niet vastgesteld, waardoor het oordeel onvoldoende gemotiveerd is en het middel slaagt. Het verzet wordt gegrond verklaard, de uitspraak vernietigd en het onderzoek door de Rechtbank wordt voortgezet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en verklaart het verzet gegrond wegens onvoldoende bewijs van verzending van de naheffingsaanslag.