ECLI:NL:RBROT:2025:11436

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
29 september 2025
Zaaknummer
ROT 24/11052
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Besluit tot afwijzing van het recht op forfaitaire kinderopvangtoeslag op basis van de lichte toets

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 1 oktober 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure tussen eiseres en de Dienst Toeslagen. Eiseres had een beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen, waarin was vastgesteld dat zij op basis van de lichte toets niet in aanmerking kwam voor het forfaitaire bedrag van € 30.000,-. Dit besluit was genomen op 17 mei 2022 en na bezwaar was het bestreden besluit op 17 december 2024 bevestigd. Tijdens de zitting op 23 juli 2025 is eiseres niet verschenen, terwijl de gemachtigde van de Dienst Toeslagen wel aanwezig was.

De rechtbank heeft de argumenten van eiseres beoordeeld, waaronder de stelling dat het bestreden besluit niet zorgvuldig was en niet deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat eiseres procesbelang had, ondanks het standpunt van de Dienst Toeslagen dat het beroep niet-ontvankelijk was. De rechtbank concludeerde dat de Dienst Toeslagen voldoende onderzoek had verricht en dat de beroepsgronden van eiseres niet slaagden. Uiteindelijk werd het beroep ongegrond verklaard, wat betekent dat eiseres geen recht had op het gevraagde bedrag en geen vergoeding van proceskosten ontving. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/11052

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).

Procesverloop

2.1.
Met een besluit van 17 mei 2022 heeft verweerder vastgesteld dat eiseres op basis van de zogenoemde lichte toets niet in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000,-. [1]
2.2.
Met een besluit van 17 december 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 23 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van verweerder en [persoon A] . Eiseres en haar gemachtigde zijn, zonder bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres heeft vanaf 2016 kinderopvangtoeslag aangevraagd. Zij heeft zich bij verweerder gemeld voor een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag op grond van de Wht.
4. Verweerder heeft – samengevat – aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiseres weliswaar kinderopvangtoeslag heeft moeten terugbetalen maar dat hieraan reguliere wijzigingen ten grondslag hebben gelegen.
5.1.
Verweerder heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat eiseres geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep omdat verweerder inmiddels een afwijzend besluit heeft genomen naar aanleiding van de integrale beoordeling. Volgens verweerder is het beroep daarom niet-ontvankelijk. [2]
5.2.
De rechtbank volgt verweerder niet in dit standpunt. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder naar aanleiding van de integrale beoordeling. De rechtbank is niet aan dit besluit gebonden. Niet kan worden uitgesloten dat verweerder fouten heeft gemaakt in de besluitvorming over de lichte toets en dat de conclusie moet worden getrokken dat eiseres in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000,-. Eiseres heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank procesbelang in deze procedure.
6.1.
Eiseres heeft als beroepsgrond aangevoerd dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat verweerder zorgvuldig en uitvoerig onderzoek heeft verricht naar de relevante feiten en omstandigheden. Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit het dossier blijkt voldoende duidelijk op grond waarvan verweerder in het kader van de lichte toets heeft geconcludeerd dat eiseres geen recht heeft op het forfaitaire bedrag van € 30.000,-. Dat verweerder onzorgvuldig te werk is gegaan, heeft eiseres niet toegelicht en niet aannemelijk gemaakt.
6.2.
Eiseres heeft ook als beroepsgrond aangevoerd dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd omdat er niet uit blijkt op grond van welke gegevens de hoogte van het compensatiebedrag bepaald is. Deze beroepsgrond is niet navolgbaar omdat verweerder in het bestreden besluit geen compensatiebedrag heeft bepaald. Ook deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).