Uitspraak
Beschikking van de rechter-commissaris
[schuldenares] ,
De procesgang
De feiten
Het standpunt van de wsnp-bewindvoerder
De beoordeling
goeden een
vermogensrechtin de zin van Boek 3 BW [11] . Ook Lindenbergh citeert uit de parlementaire geschiedenis dat het recht pas na uitoefening tot het vermogen van de schuldenaar gaat behoren, maar dan zou aan artikel 6:95 lid 2 BW Pro geen betekenis toekomen. Bedoeld wordt kennelijk ‘het voor beslag vatbare vermogen’.