De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een slachterij tegen een boete van €5.000 opgelegd door de minister van Landbouw wegens overtreding van de Wet dieren. De boete was gebaseerd op een rapport van de NVWA waarin een toezichthouder op 11 februari 2022 een zichtbare mestbezoedeling in het bekken van een karkas constateerde, wat volgens de HACCP-procedure niet had mogen voorkomen.
Eiseres voerde aan dat het rapport onbetrouwbaar was, mede door het late opstellen en toezenden, en dat de bezoedeling pas na de CCP01-controle zichtbaar werd, waardoor geen sprake zou zijn van een overtreding. De rechtbank oordeelde dat de toezichthouder deskundig was, het rapport gemotiveerd en voorzien van een foto, en dat de bezoedeling zichtbaar was en niet plausibel na de controlefase was ontstaan.
De rechtbank verwierp het beroep en vond de opgelegde boete proportioneel. Er waren geen gronden om de boete te matigen of af te zien van oplegging. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.