ECLI:NL:RBROT:2024:7087
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens ontbreken migrerend werknemerschap tijdens stage
Eiseres, een Poolse studente aan Tilburg University, vroeg studiefinanciering aan voor de periode september 2022 tot en met januari 2023. Zij overhandigde een stageovereenkomst met H.J. Heinz Supply Chain Europe B.V. en een overeenkomst tussen haar, de onderwijsinstelling en de stageverlener. De minister weigerde studiefinanciering omdat eiseres niet als migrerend werknemer kon worden aangemerkt. Dit omdat zij geen ondertekende verklaring van de werkgever had verstrekt waaruit bleek dat zij werkzaamheden met economische meerwaarde verrichtte onder gezag.
De rechtbank oordeelde dat de stageovereenkomst onvoldoende concrete aanwijzingen bevatte over de aard van de werkzaamheden en de gezagsverhouding. Eiseres had geen aanvullende informatie geleverd, ondanks verzoeken daartoe. Het enkele feit dat zij een stagevergoeding ontving en aan de urennorm voldeed, was onvoldoende om te concluderen dat sprake was van migrerend werknemerschap.
De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het Hof van Justitie van de Europese Unie over het begrip werknemer en de beoordeling van stages. Volgens deze jurisprudentie moet sprake zijn van reële en daadwerkelijke arbeid met economische meerwaarde en gezagsverhouding. Omdat eiseres dit niet aannemelijk had gemaakt, werd het beroep ongegrond verklaard. Zij kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van studiefinanciering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van migrerend werknemerschap tijdens de stage.