ECLI:NL:RBROT:2024:7082
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Eiser verzocht om herziening van een besluit uit 2015 waarbij hij een WIA-uitkering ontving, met als doel een hogere mate van arbeidsongeschiktheid te laten vaststellen. Het UWV wees dit verzoek in 2023 af omdat er geen nieuwe medische feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit konden wijzigen. Ook het bezwaar werd afgewezen.
Eiser stelde dat medische informatie uit 2016 betrekking had op zijn gezondheidstoestand in 2015 en dat er sprake was van een stabiel ziektebeeld met beperktere belastbaarheid dan eerder aangenomen. De rechtbank oordeelde dat deze informatie niet als nieuw kon worden beschouwd, mede omdat in 2018 al een herbeoordeling had plaatsgevonden waarbij een hogere arbeidsongeschiktheid was vastgesteld.
De verzekeringsarts concludeerde dat er geen nieuwe medische feiten waren die het eerdere oordeel konden wijzigen. De rechtbank bevestigde dat een diagnose niet doorslaggevend is voor arbeidsongeschiktheid, maar dat het gaat om objectieve beperkingen. Gezien de feiten was het besluit van het UWV om het verzoek af te wijzen terecht en niet evident onredelijk.
Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter P. Vrolijk op 2 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.