ECLI:NL:RBROT:2024:11868
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij herhaald verzoek Wob-openbaarmaking
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de deken van de Orde van Advocaten waarin het bezwaar tegen een herhaald verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid niet-ontvankelijk werd verklaard. De deken had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser niet binnen de gestelde termijn de gronden van bezwaar had ingediend. Ook het beroepschrift bevatte geen leesbare gronden, waarop de griffier eiser meerdere malen in de gelegenheid stelde deze alsnog in te dienen. Eiser reageerde niet op deze verzoeken, maar diende ongevraagd grote hoeveelheden stukken in die betrekking hadden op oude uitkeringsbesluiten van circa 25 jaar geleden.
De rechtbank stelde vast dat deze oude zaken onherroepelijk waren afgedaan en dat eerdere verzoeken tot herziening reeds veelvuldig waren afgewezen. Het indienen van niet ter zake doende stukken en het niet reageren op verzoeken om gronden te geven, duidt volgens de rechtbank op een kwade trouw en misbruik van recht door eiser. Gezien de eerdere uitspraken waarin misbruik van recht door eiser was vastgesteld, mocht de rechtbank deze misbruikintentie veronderstellen. Er waren geen aanwijzingen die dit tegendeel bewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 29 november 2024 door rechter A. Dingemanse, met griffier R. Stijnen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.