ECLI:NL:RBROT:2023:6549
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending informatieplicht Wet WOZ, waarde WOZ blijft gehandhaafd
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn bovenwoning op €153.000,- en stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld op €142.000,-. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat verweerder in strijd met artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ heeft gehandeld door niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken, zoals taxatieverslag en waarderingsfactoren, toe te zenden.
Desondanks maakt verweerder aannemelijk dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, onderbouwd met een recent taxatierapport en vergelijkingsobjecten. De rechtbank volgt verweerder in de waardering, ook ten aanzien van voorzieningen, onderhoud en ligging, en wijst de stellingen van eiser af wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege de schending van de informatieplicht, maar laat de rechtsgevolgen ervan in stand. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van €50,- wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Beroep gegrond wegens schending informatieplicht, bestreden besluit vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand, immateriële schadevergoeding toegekend.