ECLI:NL:RBROT:2023:11786
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing openbaarmaking boetebesluit vanwege twijfel aan houdbaarheid nemo tenetur-beginsel
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek om voorlopige voorziening van een financiële onderneming tegen de openbaarmaking van een bestuurlijke boete opgelegd door De Nederlandsche Bank (DNB). De boete was gebaseerd op overtredingen die aan het licht kwamen na incidentmeldingen die de onderneming onder dwang van een meldplicht aan DNB had gedaan.
DNB voerde aan dat de boete niet louter gebaseerd was op de incidentmeldingen zelf, maar op een daaropvolgend onderzoek. De onderneming stelde dat het nemo tenetur-beginsel wordt geschonden omdat de boete gebaseerd is op informatie die zij onder dwang heeft verstrekt, en dat zonder deze meldingen het onderzoek niet zou zijn gestart.
De voorzieningenrechter twijfelde aan de houdbaarheid van het boetebesluit in rechte, omdat het nemo tenetur-beginsel ook wordt aangetast wanneer een boete wordt opgelegd op basis van een onderzoek dat uitsluitend is gestart door de onder dwang gedane meldingen. De rechtbank besloot daarom het openbaarmakingsbesluit te schorsen en veroordeelde DNB tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank schorst de openbaarmaking van het boetebesluit en veroordeelt DNB tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.