ECLI:NL:RBROT:2022:7806
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stopzetting Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Eiseres, werkzaam als schoonmaakster, viel uit op 7 januari 2020 en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend vanaf 31 maart 2020. Verweerder stelde na een eerstejaars beoordeling vast dat eiseres werkzaamheden kan verrichten volgens de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en dat zij meer dan 65% van haar loon kan verdienen met passende functies. Op basis hiervan werd de uitkering per 18 maart 2021 stopgezet.
Eiseres voerde in beroep aan dat er onvoldoende aandacht was besteed aan haar medische anamnese en dagverhaal, dat informatie van haar behandelend artsen niet was meegenomen en dat een urenbeperking wegens haar klachten onterecht was geweigerd. Ook stelde zij dat de door de arbeidsdeskundige geduide functies ongeschikt waren en dat de functieomschrijving onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief dossieronderzoek, anamnese en informatie van de huisarts. Er was geen aanleiding tot aanvullende beperkingen of urenbeperking volgens de geldende criteria. De arbeidsdeskundige had gemotiveerd waarom de functies geschikt waren, en de vermeende onjuistheden in de functiebeschrijving waren niet aannemelijk gemaakt.
Geconcludeerd werd dat eiseres met de geduide functies 100% van haar loon kan verdienen, waardoor de stopzetting van de Ziektewetuitkering terecht is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de stopzetting van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.