ECLI:NL:RBROT:2021:7261
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onroerende zaak niet aangemerkt als woning in aanbouw voor OZB-tarief
Eiser betwistte de aanslag Onroerende Zaak Belasting (OZB) van de gemeente Rotterdam, opgelegd tegen het niet-woningtarief per waardepeildatum 1 januari 2017, omdat de onroerende zaak volgens hem een woning in aanbouw was. De rechtbank stelde vast dat volgens jurisprudentie een woning in aanbouw pas geldt vanaf aanvang van feitelijke bouwkundige werkzaamheden die leiden tot de stichting van de woning.
In dit geval was op de peildatum weliswaar het bouwterrein gereed met zandbed, bouwweg, bouwkeet en nutsvoorzieningen, maar waren nog geen bouwwerkzaamheden begonnen. De rechtbank oordeelde daarom dat de onroerende zaak niet kwalificeert als woning in aanbouw en dus terecht is aangemerkt als niet-woning.
Eiser voerde ook aan dat het ongelijk behandelen van percelen in hetzelfde nieuwbouwproject in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank stelde vast dat verschillen in eigendomsoverdracht en aanvang bouwactiviteiten deze ongelijke behandeling rechtvaardigen en dat de vermeende fouten bij twee van achttien bezwaren geen meerderheid vormen om het gelijkheidsbeginsel te doen slagen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag OZB tegen het niet-woningtarief wordt ongegrond verklaard.