ECLI:NL:RBROT:2021:10512
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor fecale bezoedeling vlees verminderd wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres kreeg een boete van €7.500 opgelegd door de minister van Landbouw voor het niet onmiddellijk verwijderen van fecale bezoedeling op kalverkarkassen, vastgesteld bij een inspectie op 6 juli 2018. Eiseres stelde dat zij onterecht een boete kreeg omdat dezelfde inspectie ook leidde tot een schriftelijke waarschuwing, en dat dit in strijd was met het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de waarschuwing en boete verschillende constateringen betroffen: de waarschuwing was gebaseerd op steekproefcontrole na afloop van het slachtproces, terwijl de boete voortkwam uit regulier toezicht op een ander moment. Verweerder had dit voldoende toegelicht en de rechtbank zag geen strijd met het vertrouwensbeginsel.
Eiseres voerde ook aan dat de redelijke termijn voor het opleggen van de boete was overschreden. De rechtbank stelde vast dat de termijn ruim zes maanden was overschreden en matigde daarom de boete met 10% tot €6.750. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten wegens de overschrijding.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de hoogte van de boete betreft, en het primaire besluit herroepen. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde deel van het besluit.
Uitkomst: De boete van €7.500 wordt gematigd tot €6.750 wegens overschrijding van de redelijke termijn en het beroep wordt gegrond verklaard.