ECLI:NL:RBROT:2020:9079
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in civiele procedure wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid
In een civiele procedure bij de rechtbank Rotterdam werd een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter J.B. Smits. Verzoeker stelde dat de rechter niet onpartijdig zou zijn vanwege opmerkingen tijdens getuigenverhoren en het betrekken van het Openbaar Ministerie bij mogelijk meineed.
De rechter had tijdens een getuigenverhoor twijfels geuit over de waarheidsgetrouwheid van een verklaring, mede op basis van tuchtrechtelijke stukken. Hij overwoog een onderzoek door het Openbaar Ministerie, hetgeen verzoeker als partijdigheid interpreteerde.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter bevoegd is om kritisch te reflecteren op bewijs en partijen daarin te betrekken. De opmerkingen van de rechter werden niet als vooringenomenheid beoordeeld. Daarnaast werden enkele gronden van verzoeker als niet tijdig ingediend beschouwd.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid zijn en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Smits wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.