ECLI:NL:RBROT:2020:549
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde gokactiviteiten
Eiser ontving bijstandsuitkering en werd geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand over meerdere perioden vanwege niet gemelde gokactiviteiten en ontvangen contante stortingen en bijschrijvingen van derden. Verweerder stelde dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden door deze feiten niet te melden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat eiser daadwerkelijk gokte, ondanks diens ontkenning. De contante stortingen en bijschrijvingen werden grotendeels als inkomsten toegerekend. De stelling van eiser dat hij onvoldoende was geïnformeerd over zijn inlichtingenplicht werd verworpen. De intrekking en terugvordering waren in lijn met de Participatiewet en niet in strijd met het Eerste Protocol bij het EVRM.
Wel werd geoordeeld dat de motivering voor intrekking van de bijstand over juli 2017 onvoldoende was, waardoor dat deel van het besluit werd vernietigd en eiser recht had op bijstand in die maand. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, intrekking bijstand juli 2017 vernietigd, overige intrekkingen bevestigd.