ECLI:NL:RBROT:2020:2322
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen openbaarmaking intrekkingsbesluit AFM
De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft bij besluit van 13 januari 2020 besloten het intrekkingsbesluit van 16 januari 2017, waarbij de vergunning van verzoekster werd ingetrokken, openbaar te maken. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze openbaarmaking en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit. De rechtbank hield de zitting met gesloten deuren op 3 maart 2020.
De rechtbank overwoog dat de intrekking van de vergunning was gebaseerd op overtredingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft), waaronder het feit dat een aandeelhouder feitelijk het beleid bepaalde zonder getoetst te zijn op geschiktheid en betrouwbaarheid. Het intrekkingsbesluit was onherroepelijk geworden na eerdere procedures bij de rechtbank en het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Verzoekster stelde dat het oude publicatieregime van toepassing was, dat geen openbaarmaking van intrekkingsbesluiten voorzag. De rechtbank oordeelde echter dat het nieuwe regime, ingevoerd per 11 augustus 2016, van toepassing is op het intrekkingsbesluit van 2017 en dat de AFM bevoegd is tot openbaarmaking. Ook de door verzoekster aangevoerde uitzonderingen op openbaarmaking op grond van artikel 1:98 Wft Pro faalden, omdat zij geen concreet belang of schade onderbouwde.
De rechtbank concludeerde dat geen reden bestond voor opschorting van de openbaarmaking en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de openbaarmaking van het intrekkingsbesluit door de AFM is afgewezen.