ECLI:NL:RBROT:2019:6542
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Veling
- M.G.L. de Vette
- A.S. Flikweert
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op boete wegens arbeid zonder vergunning aan vreemdeling
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, vastgesteld tijdens een controle waarbij de vreemdeling groenten aan het snijden was in de winkel van eiser.
Eiser voerde aan dat de vreemdeling een klant was die voor eigen gebruik groenten sneed en dat de politie onrechtmatig had gehandeld. Ook stelde hij dat de vreemdeling drie maanden zonder vergunning mocht werken vanwege een Italiaanse verblijfsvergunning en dat de boete gematigd moest worden wegens gebrek aan inkomen. Deze bezwaren werden verworpen omdat het bewijs van de politie en de verklaring van de vreemdeling voldoende waren, de politie bevoegd was de winkel te betreden, en eiser geen financiële gegevens voor matiging aanleverde.
De rechtbank oordeelde dat eiser de overtreding kan worden verweten omdat hij verantwoordelijk was voor het controleren van vergunningen. De boete werd niet gematigd vanwege het ontbreken van bewijs voor onevenredige financiële gevolgen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning is ongegrond verklaard en de boete van €4.000 gehandhaafd.