ECLI:NL:RVS:2018:3818
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging voor illegale tewerkstelling van vreemdeling zonder vergunning
De zaak betreft het hoger beroep van een groothandel in snacks en kant-en-klaarmaaltijden tegen een boete van €6.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De vreemdeling van Ghanese nationaliteit had zonder geldige tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verricht. De rechtbank had het beroep van de appellant ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De appellant voerde aan dat de staatssecretaris had moeten volstaan met een schriftelijke waarschuwing in plaats van een boete, mede vanwege eerdere boeteoplegging in een andere situatie en onduidelijkheid over de verblijfsstatus van de vreemdeling. De Raad van State oordeelt dat de voorwaarden voor een waarschuwing niet zijn vervuld, mede omdat binnen vijf jaar eerder een boete was opgelegd en geen van de uitzonderingssituaties van de beleidsregel van toepassing is.
Verder stelde de appellant dat de overtreding haar niet valt te verwijten, aangezien de vreemdeling documenten overhandigde waaruit zou blijken dat hij zonder beperkingen mocht werken. De Raad van State benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van de werkgever is om voorafgaand aan tewerkstelling te verifiëren of een vergunning vereist is. De Italiaanse verblijfsvergunning en andere documenten boden geen zekerheid over het recht op arbeid in Nederland. De boete is gematigd vanwege bepaalde positieve omstandigheden, maar de verwijtbaarheid blijft volledig aanwezig.
De Raad van State concludeert dat de boete evenredig is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.000 voor illegale tewerkstelling zonder vergunning.