Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam],
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een leerlinge verpleegkundige, stelt dat zij op 16 november 2017 een arbeidsongeval heeft gehad waarbij haar schouder uit de kom is geraakt tijdens werkzaamheden bij Stichting Lelie Zorggroep. Zij vordert aansprakelijkheid van de werkgever en diens verzekeraar voor haar schade via een deelgeschilprocedure ex artikel 1019w Rv.
De werkgever en verzekeraar betwisten het ongeval en de causaliteit, wijzen op inconsistenties in verklaringen en betogen dat zij aan hun zorgplicht hebben voldaan. De kantonrechter constateert dat nader bewijs, waaronder getuigenverklaringen en medisch deskundigenonderzoek, noodzakelijk is om de aansprakelijkheid te beoordelen.
Gezien de aard van de deelgeschilprocedure, die zich niet leent voor uitvoerige bewijsvoering, oordeelt de rechtbank dat de zaak beter in een bodemprocedure kan worden behandeld. Ook wordt het verzoek afgewezen omdat niet voldaan is aan de vereisten van artikel 1019x lid 3 sub a Rv. De kosten van het verzoek worden niet begroot omdat deze niet redelijk zijn gemaakt.
Uitkomst: Het verzoek tot deelgeschilprocedure wordt afgewezen wegens prematuriteit en noodzaak van een bodemprocedure.