ECLI:NL:RBROT:2019:10361
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde schadevergoeding
Eiser ontving vanaf 2009 een bijstandsuitkering en kreeg in 2017 een schadevergoeding van €200.000,- wegens letsel bij een verkeersongeval. Verweerder beëindigde de uitkering en vorderde terugbetaling van onterecht ontvangen bijstand, omdat eiser niet had gemeld dat hij deze schadevergoeding had ontvangen en geen informatie gaf over de opbouw daarvan.
Eiser stelde dat hij aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en verweerde zich tegen de terugvordering, onder meer met een beroep op de zesmaanden-jurisprudentie en financiële gevolgen. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden, dat de schadevergoeding terecht tot zijn vermogen werd gerekend en dat de zesmaanden-jurisprudentie niet van toepassing was.
Ook het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen en het verzoek om bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van bijstandsuitkering wegens niet gemelde schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.