ECLI:NL:CRVB:2014:3180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand zelfstandige beperkt tot zes maanden na melding
Appellante ontving bijstand sinds 1983 en meldde in juli 2009 dat zij een winkel was gestart waaruit zij inkomsten ontving. Het college trok de bijstand met ingang van maart 2009 in en vorderde de kosten terug, omdat appellante als zelfstandige werd aangemerkt volgens het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).
De rechtbank stelde vast dat appellante zelfstandige was en dat het college bevoegd was tot terugvordering, maar matigde de terugvordering tot zes maanden na een concreet signaal in juni 2010. Het college beperkte de terugvordering vervolgens tot november 2010.
In hoger beroep stelde appellante dat zij tijdig had gemeld en dat de terugvordering beperkt moest worden tot zes maanden na haar brief van juli 2009. De Raad oordeelde dat appellante vanaf 30 maart 2009 als zelfstandige moest worden beschouwd, dat zij haar inlichtingenverplichting vanaf 29 juli 2009 had nagekomen, en dat het college onvoldoende adequaat had gereageerd op deze melding. Daarom moest de terugvordering worden beperkt tot zes maanden na 29 juli 2009, dus tot eind januari 2010.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraken voor zover zij de terugvordering na januari 2010 betroffen, en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt beperkt tot de periode van 30 maart 2009 tot en met 29 januari 2010 wegens onvoldoende adequaat optreden van het college na melding.