ECLI:NL:RBROT:2018:702
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering persoonsgebonden budget voor zorg aan jeugdige met syndroom van Down
Eiser, een jeugdige met het syndroom van Down, had een indicatie voor dagbesteding en naschoolse opvang op grond van de AWBZ, die na afloop niet werd verlengd. Verweerder heeft na een zorgvuldige beoordeling individuele voorzieningen toegekend in natura, waaronder begeleiding, persoonlijke verzorging en dagactiviteiten via Gemiva-SVG Groep.
Eiser verzocht om een persoonsgebonden budget (pgb) voor de zorg die zijn ouders leveren, omdat zij meer zorg bieden dan gebruikelijk. Verweerder wees dit af, stellende dat het pgb niet bedoeld is om het inkomen van ouders aan te vullen en dat de ouders op eigen kracht en met het sociaal netwerk voldoende zorg kunnen bieden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de hulpvraag en dat de ouders inderdaad in staat zijn de zorg te leveren met de toegekende voorzieningen. Het enkele feit dat zij meer zorg bieden dan gebruikelijk, rechtvaardigt geen pgb. Eiser ontving volgens de rechtbank nooit een pgb op grond van de AWBZ en de situatie wijkt af van eerdere uitspraken waarin een pgb werd toegekend.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een pgb af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een persoonsgebonden budget wordt afgewezen.