ECLI:NL:RBROT:2017:5627
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunningen horeca wegens slecht levensgedrag door kennis hennepkwekerij
Eiser vroeg vergunningen aan voor het exploiteren van een horecagelegenheid, maar deze werden geweigerd omdat in het pand een hennepkwekerij werd aangetroffen. De politie rapporteerde dat de kwekerij alleen via de horecagelegenheid bereikbaar was en dat er een illegale stroomaansluiting vanuit de horecagelegenheid was. Verweerder baseerde het besluit op adviezen van het RIEC en de politie, waarbij werd geoordeeld dat eiser en een leidinggevende van het horecabedrijf van slecht levensgedrag waren vanwege hun (mogelijke) kennis van de kwekerij.
Eiser betwistte de beschuldigingen, stelde dat hij geen betrokkenheid had en dat de kwekerij zich in het woongedeelte bevond met een eigen ingang. Hij voerde aan dat de strafzaak tegen hem was geseponeerd en dat de politieverklaringen onjuist waren. De rechtbank oordeelde echter dat de politieprocessen-verbaal betrouwbaar zijn en dat de kwekerij alleen via de horecagelegenheid bereikbaar was. De verklaringen van getuigen en de telefoonrekening van de leidinggevende boden onvoldoende tegenbewijs.
De rechtbank stelde vast dat eiser als exploitant en verhuurder verantwoordelijk was voor wat er in het pand gebeurde, ook al was hij tijdens de inval in het buitenland. Op grond hiervan concludeerde de rechtbank dat eiser kennis had of redelijkerwijs kon hebben van de hennepkwekerij en daarom in enig opzicht van slecht levensgedrag was. De vergunningen werden daarom terecht geweigerd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De vergunningen voor de horecagelegenheid zijn terecht geweigerd wegens slecht levensgedrag van de exploitant door kennis van een hennepkwekerij.