ECLI:NL:RBROT:2016:9329
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.G.J. van den Berg
- A. van Gijzen
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens beëindigd verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
Eiseres, een gemeenschapsonderdaan, kreeg haar bijstandsuitkering ingetrokken met ingang van 6 augustus 2015 nadat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) haar verblijfsrecht had beëindigd. De rechtbank oordeelt dat eiseres vanaf die datum niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en daardoor niet kan worden gelijkgesteld aan een Nederlander voor bijstandsverlening op grond van de Participatiewet.
Eiseres voerde aan dat zij rechtmatig verblijf had vanwege lopende voorlopige voorzieningen en beroepsprocedures tegen de IND-besluiten. De rechtbank stelt echter vast dat artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen basis biedt voor uitstel van uitzetting tijdens hoger beroep, zodat het verblijfsrecht niet wordt verlengd. Het onderscheid in bijstandsverlening is volgens de rechtbank een bewuste wettelijke keuze en geen ongerechtvaardigd onderscheid in strijd met artikel 14 EVRM Pro.
Het betoog dat haar situatie gelijkgesteld moet worden aan een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep faalt omdat die uitspraak betrekking had op bijstand verleend vóór het intrekkingsbesluit, terwijl bij eiseres de bijstand pas na intrekking werd stopgezet. Ook het motiveringsbeginsel en belangenafweging worden door de rechtbank niet geschonden geacht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering per 6 augustus 2015. Van proceskostenveroordeling wordt afgezien gezien de bijzondere omstandigheden van het geval.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering per 6 augustus 2015 wegens beëindigd verblijfsrecht.