ECLI:NL:RBROT:2016:4647
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding rookverbod in rookruimte bevestigd
De rechtbank Rotterdam heeft op 21 juni 2016 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een boete van €600,- opgelegd wegens overtreding van het rookverbod in een rookruimte. De overtreding bestond uit het ophalen van glazen door een beveiliger in een rookruimte waar op dat moment werd gerookt. De rechtbank oordeelde dat dit handelen valt onder 'werken' en daarmee verboden is volgens artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet zoals die gold op het moment van de overtreding.
De rechtbank stelde vast dat de boete terecht is opgelegd, ondanks dat in het primaire en bestreden besluit abusievelijk werd verwezen naar een nog niet geldende wetsbepaling. Dit verzuim werd gepasseerd omdat toepassing van de juiste wettelijke bepaling tot hetzelfde resultaat had geleid en de eiseres niet in haar verdediging was geschaad. De stelling van eiseres dat het ophalen van glazen geen werken is en dat er sprake zou zijn van rechtsongelijkheid en onduidelijkheid werd verworpen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de investeringen van eiseres in de rookruimte en het veiligheidsargument geen rechtvaardigingsgrond vormen om de boete te vermijden. Het interventiebeleid van de toezichthouder, dat werkzaamheden in rookruimten als ernstige overtreding ziet, werd als redelijk beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €600 wegens overtreding van het rookverbod in de rookruimte wordt ongegrond verklaard.