ECLI:NL:CBB:2009:BH5223
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding rookverbod in directiekamer volgens Tabakswet
De zaak betreft een hoger beroep van A tegen een boete opgelegd door de minister van Volksgezondheid wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. De boete werd opgelegd omdat in de directiekamer van A werd gerookt, wat hinder en overlast veroorzaakte voor werknemers.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de directiekamer geen speciaal aangewezen rookruimte is en dat de werkgever onvoldoende maatregelen had getroffen om werknemers te beschermen tegen hinder van tabaksrook. A stelde dat de norm onduidelijk is en dat de verplichting slechts geldt voor niet-rokers, en dat werknemers zelf kunnen kiezen om al dan niet aan tabaksrook blootgesteld te worden.
Het College overwoog dat de norm een resultaatsverplichting inhoudt en geldt voor alle werknemers, ongeacht hun rookgedrag. Het rookverbod geldt in alle werkruimten behalve in speciaal aangewezen rookruimten. Het College bevestigde dat de directiekamer geen rookruimte is en dat er sprake was van hinder en overlast. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €300,- wegens overtreding van het rookverbod in de directiekamer.