ECLI:NL:RBROT:2015:5174
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom en medeplegen bij exploitatie horecagelegenheid zonder vergunning
De rechtbank Rotterdam behandelde de beroepen van twee ondernemingen tegen last onder dwangsom en invorderingsbesluiten wegens het exploiteren van een horecagelegenheid zonder de vereiste exploitatie- en drank- en horecavergunningen. Eiseres 1 exploiteerde de horecagelegenheid en eiseres 2 verhuurde het pand en was bestuurder van het wellnesscentrum waarin de horecagelegenheid was gevestigd.
Eiseressen betwistten niet de overtreding zelf, maar voerden aan dat de hoogte van de dwangsom disproportioneel was en dat er zicht op legalisatie was vanwege lopende vergunningaanvragen. Tevens stelde eiseres 2 dat zij slechts verhuurder was en daarom niet als medepleger kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat eiseres 2 door nauwe en bewuste samenwerking met eiseres 1 als medepleger moest worden aangemerkt. De hoogte van de dwangsom werd als proportioneel beoordeeld, gebaseerd op de geraamde winst van de horecagelegenheid. Het argument van zicht op legalisatie faalde omdat er geen concreet zicht was en de overtreding voortduurde. De invordering van de dwangsommen werd eveneens bevestigd. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de last onder dwangsom en invordering worden ongegrond verklaard en eiseres 2 wordt als medepleger aangemerkt.