ECLI:NL:RVS:2013:1574
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving omgevingsvergunning voor bouwwerk op perceel ondanks beroep eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas heeft aan appellant een last onder dwangsom opgelegd om een zonder omgevingsvergunning geplaatst bord op zijn perceel te verwijderen. Appellant voerde aan dat het bord geen bouwwerk was en dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt, omdat het bord door een vereniging was geplaatst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het college, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwogen dat het bord als bouwwerk moet worden aangemerkt omdat het voor langere tijd op dezelfde plaats functioneert. Daarnaast is appellant als eigenaar en overtreder aan te merken, omdat hij het in zijn macht heeft de overtreding te beëindigen. Het college was bevoegd om handhavend op te treden tegen appellant.
De Afdeling heeft ook het belang van handhaving benadrukt en overwogen dat het college niet verplicht was eerst de vereniging als vermeende overtreder een last onder dwangsom op te leggen. Verder is de inmenging in de vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd door het onevenredig bezwarend karakter van het bouwwerk in het landschap. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de handhaving van het verbod op het bouwwerk bevestigd.