ECLI:NL:RBROT:2015:3012
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verlaging toeslag Wwb vanwege thuiswonend studerend kind met studiefinanciering
Eiseres, een bijstandsgerechtigde, kreeg haar toeslag op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) verlaagd van 20% naar 10% omdat haar thuiswonende dochter studiefinanciering en inkomsten uit een bijbaan had die samen het normbedrag volgens artikel 3.18 WSF 2000 overschreden.
De rechtbank onderzocht of de niet daadwerkelijk verzilverde studiefinancieringslening mee mocht worden gerekend bij de vaststelling van het inkomen van de dochter. De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat ook aanspraken die niet zijn verzilverd meetellen, inclusief leningen.
Verder is vastgesteld dat het inkomen uit de bijbaan correct is toegerekend aan de maand september 2013. De rechtbank oordeelt dat de toepassing van artikel 3 van Pro de Verordening toeslagen en verlagingen Rotterdam 2012, die bij overschrijding van het normbedrag de toeslag verlaagt naar 10%, niet onredelijk is en niet in strijd met hogere wetgeving of algemene rechtsbeginselen.
De rechtbank wijzigt haar eerdere standpunt en stelt dat bij een geringe overschrijding boven het normbedrag de hardheidsclausule moet worden overwogen, maar concludeert dat de omstandigheden van eiseres niet zodanig bijzonder zijn dat hiervan afgeweken moet worden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de toeslag blijft vastgesteld op 10%.
Uitkomst: De toeslag op grond van de Wwb wordt terecht vastgesteld op 10% vanwege het inkomen en studiefinanciering van het thuiswonende kind.