ECLI:NL:CRVB:2011:BP5565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand en ontving deze vanaf oktober 2006 volgens de norm voor een alleenstaande. Hij meldde op het rechtmatigheidsformulier dat hij weer bij zijn gezin woonde, maar gaf niet juist door dat twee volwassen kinderen niet studeerden en geen inkomen hadden. Het College herzag daarom de bijstand over de periode 2005-2006 en vorderde een bedrag van ruim €3.600 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant de verwijtbaarheid van de schending van de inlichtingenverplichting en voerde aan dat hij de kosten van zijn kinderen droeg, waardoor geen kosten konden worden gedeeld. Ook stelde hij dat het terugvorderen van bijstand in strijd was met het Kinderrechtenverdrag.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door niet tijdig en correct te melden dat zijn kinderen ouder dan 21 jaar waren, niet studeerden en geen bijstand ontvingen. Het College was bevoegd de bijstand te herzien en terug te vorderen. De Raad vond geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden om van terugvordering af te zien en wees het beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.