ECLI:NL:RBROT:2011:BQ8872
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete AFM wegens overtreding zorgplicht financiële dienstverlening
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde DFD De Financiële Dienstverleners B.V. een bestuurlijke boete van €50.000 op wegens overtreding van artikel 4:23, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Deze boete betrof gedragingen vanaf 1 augustus 2009, waarbij het nieuwe boetestelsel van toepassing was. DFD maakte bezwaar tegen de boete en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van de vroegtijdige publicatie van deze boete.
De voorzieningenrechter overwoog dat de boeteoplegging rechtmatig was, omdat DFD onvoldoende informatie had ingewonnen over haar cliënten en daardoor niet voldeed aan haar zorgplicht. De rechtbank stelde vast dat DFD niet had aangetoond dat zij de nodige informatie had ingewonnen, terwijl AFM aannemelijk had gemaakt dat het advies ongeschikt was. Ook de argumenten van DFD over verminderde verwijtbaarheid en een normoverdragend gesprek werden verworpen.
De voorzieningenrechter achtte de hoogte van de boete passend, mede gelet op de beperkte draagkracht van DFD en de ernst van de overtreding. De publicatie van de boete werd niet geschorst, omdat de belangen van DFD onvoldoende zwaarwegend waren om dit te rechtvaardigen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen vroegtijdige publicatie van bestuurlijke boete van €50.000 aan DFD wordt afgewezen.