ECLI:NL:RBROT:2012:BV8637
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Bergen
- L.J.J. Rogier
- J.L.S.M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet tijdig rapporteren volgens Wet financiële betrekkingen buitenland 1994
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van Homer tegen een bestuurlijke boete van €5.000 opgelegd door De Nederlandsche Bank (DNB) wegens het niet tijdig indienen van rapportages conform artikel 7 lid 2 van Pro de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 (Wfbb 1994).
Homer was als rapporteur aangewezen en diende binnen vier maanden na afloop van het boekjaar haar rapportage te verstrekken. Dit gebeurde niet tijdig, ondanks rappelbrieven en een last onder dwangsom. DNB matigde de boete vanwege beperkte draagkracht van Homer, die ook eerder niet aan haar rapportageverplichtingen had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, ondanks bezwaren over verkeerde adressering van rappelbrieven en beperkte kantoorbezetting. De ernst en verwijtbaarheid van de overtreding rechtvaardigden de boete. De motivering van DNB omtrent draagkracht en boetehoogte was voldoende. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Homer tegen de bestuurlijke boete van €5.000 wegens niet tijdig rapporteren wordt ongegrond verklaard.