ECLI:NL:RBROT:2011:BQ3062
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.L. van Zetten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding asbestblootstelling wegens verjaring en verwijzing civiele procedure
De zaak betreft een vordering van eiseres, namens zichzelf en de nalatenschap van haar overleden echtgenoot, tot vergoeding van schade door asbestblootstelling tijdens diens werkzaamheden bij twee gedaagden.
De ex-werkgever (gedaagde sub 1) betoogde dat de vordering verjaard is omdat meer dan dertig jaar zijn verstreken sinds de schadetoebrengende periode. De kantonrechter oordeelde dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is, mede omdat de diagnose pas in 2006 werd gesteld en de dagvaarding pas in 2010 werd ingediend, wat onvoldoende voortvarendheid toont.
Ten aanzien van de tweede gedaagde (gedaagde sub 2) is vastgesteld dat er geen arbeidsovereenkomst in civielrechtelijke zin bestond en dat de vordering van onbepaalde waarde is. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de sector civiel recht van de rechtbank.
De kantonrechter wees de vordering tegen de ex-werkgever af en verwees de procedure tegen de tweede gedaagde door, waarbij partijen werden gewezen op de noodzaak van advocaat in de civiele procedure.
Uitkomst: Vordering tegen ex-werkgever afgewezen wegens verjaring; zaak tegen tweede gedaagde verwezen naar sector civiel recht.