ECLI:NL:RBROT:2008:BG4784
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing huurrecht aan één huurder bij conflict over gezamenlijke woninghuur
Partijen, zonder affectieve relatie, huurden samen een zelfstandige woning. Na conflicten en het vertrek van één huurder, eiste deze het huurrecht op de woning. De andere huurder vorderde het exclusieve huurrecht en uitschrijving van de vertrokken partij.
De kantonrechter paste artikel 7:268 lid 7 BW Pro analoog toe, omdat beide partijen als huurders ondertekenden en het wetsartikel strikt genomen niet van toepassing was. Gezien de omstandigheden, waaronder het ontbreken van schriftelijke afspraken, de korte samenwoning, wederzijdse beschuldigingen van treiteren en het feit dat de vertrokken huurder de woning heeft verlaten, werd het huurrecht toegewezen aan de achtergebleven huurder.
De vorderingen tot uitschrijving en proceskosten werden aangehouden of afgewezen. De kantonrechter verwees de zaak naar een rolzitting voor verdere procedurele stappen. Dit vonnis werd gewezen door mr. A.J.J. van Rijen.
Uitkomst: Het huurrecht van de woning wordt toegewezen aan de achtergebleven huurder, de vorderingen van de vertrokken huurder worden afgewezen.