ECLI:NL:RBROT:2007:BA3126
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- J.M. Hamaker
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding Wet verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds door PGGM
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van PGGM tegen drie boetes van elk €435.625,- opgelegd door De Nederlandsche Bank wegens overtreding van artikelen 5, 6 lid 4 en 7 lid 1 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000). De boetes hielden verband met de wijze waarop de levensloopregeling van dochteronderneming Careon werd aangeboden.
De rechtbank oordeelde dat PGGM artikel 5 en Pro artikel 7 lid 1 van Pro de Wet Bpf 2000 had overtreden door het gebruik van haar naam en logo door Careon in wervende uitingen en door het verstrekken van gerichte informatie over Careon via haar eigen kanalen. Daarentegen werd de boete wegens overtreding van artikel 6 lid 4 niet Pro gehandhaafd, omdat onvoldoende was aangetoond dat PGGM zelf verantwoordelijk was voor de advertentie in het blad Eigen Tijd.
De rechtbank bevestigde dat de boetes voor de overtredingen van artikelen 5 en 7 terecht waren opgelegd en dat deze niet onevenredig hoog waren gezien de ernst van de overtredingen en het belang van het voorkomen van concurrentievervalsing. De boete voor artikel 6 lid 4 werd Pro vernietigd en het primaire besluit herroepen op dat punt. Tevens werd PGGM het griffierecht vergoed en werd DNB veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Boete wegens overtreding artikel 6 lid 4 Wet Bpf 2000 vernietigd, overige boetes gehandhaafd.