ECLI:NL:RBROE:2009:BK5932
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A.G. van Baal
- M.B.T.G. Steeghs
- M.J.H. van den Hombergh
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer van bijna 1700 kg cocaïne verstopt in koffiecontainer
De rechtbank Roermond heeft verdachte schuldig bevonden aan medeplegen van het opzettelijk invoeren van circa 1674,96 kilogram cocaïne, verstopt in een container met koffie uit Costa Rica. Verdachte was nauw betrokken bij het organiseren van het transport en de opslag van de lading, en hield zijn bedrijf beschikbaar voor de invoer van de cocaïne. De verdediging voerde onder meer aan dat de douane onrechtmatig had gehandeld en dat de vernietiging van monsters voor contra-expertise een onherstelbaar vormverzuim opleverde, wat tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie zou moeten leiden. De rechtbank oordeelde echter dat de douane bevoegd en rechtmatig had gehandeld en dat de vernietiging van de monsters weliswaar een vormverzuim was, maar niet zodanig ernstig dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Daarnaast werd een deskundige van het NFI ingeschakeld om de testresultaten te beoordelen, die de betrouwbaarheid bevestigde.
De verdediging stelde ook dat het niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de stof cocaïne betrof, mede vanwege mogelijke verwisseling van monsters en de werkwijze van het politielaboratorium. De rechtbank vond echter dat de combinatie van testmethoden en de beoordeling door het NFI uitsloot dat het om pseudo-allococaïne ging en concludeerde dat de aangetroffen stof cocaïne was. Verdachte voerde tevens aan dat hij slechts een katvanger was en dat hij geen opzet had, maar de rechtbank vond voldoende aanwijzingen voor voorwaardelijk opzet, mede omdat verdachte wist van de mogelijkheid dat er iets anders dan koffie in de container zat en hij zich niet aan het gebeuren heeft onttrokken.
Het beroep op noodtoestand en psychische overmacht werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en andere verzachtende omstandigheden bij de strafoplegging. De bewezenverklaring betrof mede de voorbereidingshandelingen, invoer en doorlevering van de cocaïne, die als één voortgezette handeling werden beschouwd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van invoer van circa 1675 kg cocaïne en het beroep op overmacht is verworpen.