ECLI:NL:RBROE:2008:BG7851
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens overschrijding redelijke termijn bij minderjarige verdachte
De rechtbank Roermond behandelde een zaak tegen een minderjarige verdachte die werd verdacht van het bezit van kinderpornografisch materiaal. De zaak betrof beelden van seksuele gedragingen met minderjarige personen. De redelijke termijn voor de behandeling van de zaak werd overschreden met ruim tien maanden, terwijl voor minderjarigen een kortere termijn geldt dan voor volwassenen.
De rechtbank overwoog dat het bijzondere karakter van het jeugdstrafrecht en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) meebrengen dat bij minderjarigen de overschrijding van de redelijke termijn zwaardere gevolgen kan hebben. De verdachte had bovendien een ontwikkelingsstoornis en leed onder de lange onzekerheid en schaamte, waardoor een strafrechtelijke reactie na zo'n lange periode contraproductief zou zijn.
De rechtbank concludeerde dat het openbaar ministerie het recht op vervolging had verloren en verklaarde het niet ontvankelijk. Dit wijkt af van de algemene regel dat overschrijding van de redelijke termijn leidt tot strafvermindering, omdat hier het pedagogische belang en de bijzondere omstandigheden van de minderjarige centraal stonden.
De uitspraak benadrukt het belang van een snelle en zorgvuldige behandeling van strafzaken tegen minderjarigen, waarbij het effect van vertraging op de ontwikkeling en rehabilitatie zwaar weegt.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn bij een minderjarige verdachte.