ECLI:NL:HR:2008:BF3181

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00487/07
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onjuiste toepassing redelijke termijn

In deze cassatieprocedure heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof een middel voorgesteld tot vernietiging van een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam. Het geschil betreft de toepassing van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.

Het hof had de overschrijding van de redelijke termijn ten onrechte verbonden aan de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM.

De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam, dan wel een aangrenzend hof, opdat het hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. Hiermee wordt de correcte toepassing van het recht op een redelijke termijn gewaarborgd.

De uitspraak onderstreept het belang van een juiste motivering en toepassing van het recht op een redelijke termijn in strafzaken en bevestigt de jurisprudentie dat termijnoverschrijding niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

16 december 2008
Strafkamer
nr. 00487/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 september 2006, nummer 23/003009-02, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof aan de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM ten onrechte het gevolg van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging heeft verbonden, althans dat het Hof die beslissing ontoereikend heeft gemotiveerd. Het middel doet daarbij een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 3 oktober 2000, LJN AA7309, NJ 2000, 721.
2.2. Het middel is terecht voorgesteld. Overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging (vgl. HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008, 358 en HR 9 december 2008, LJN BF3196).
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 16 december 2008.