ECLI:NL:RBROE:2008:BD8515
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling resterende verdiencapaciteit en inkomenseis bij WIA-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) inzake de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage en de impliciete vaststelling van de resterende verdiencapaciteit en inkomenseis in het kader van de Wet WIA.
De rechtbank stelt vast dat de vaststelling van de inkomenseis en resterende verdiencapaciteit, ook indien impliciet genomen, als een zelfstandig op rechtsgevolg gericht besluit moet worden aangemerkt. Eiseres heeft derhalve een procesbelang bij het aanvechten hiervan. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet op juiste wijze heeft voldaan aan artikel 60, tweede lid, van de Wet WIA door deze vaststellingen niet expliciet te maken.
Inhoudelijk is het beroep gegrond omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen urenbeperking is toegekend ondanks de beperkingen van eiseres. De rechtbank acht de verzekeringsgeneeskundige beoordeling en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) echter voldoende onderbouwd en concludeert dat eiseres medisch in staat is om de in aanmerking genomen functies te vervullen.
De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk voor zover het de WGA-uitkering betreft, vernietigt het besluit voor zover het de inkomenseis en resterende verdiencapaciteit betreft, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor de vaststelling van de inkomenseis en resterende verdiencapaciteit, het bestreden besluit wordt in dat onderdeel vernietigd, terwijl de rechtsgevolgen in stand blijven.