ECLI:NL:CRVB:2006:AV7261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluit wegens onjuiste arbeidskundige grondslag en maatmaninkomen
Appellant, arbeidsongeschikt wegens rugklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een verlies aan verdiencapaciteit van 65-80%. Hij voerde aan dat de geduide functies ongeschikt waren vanwege zijn beperkingen en dat het maatmaninkomen onjuist was berekend omdat geen rekening was gehouden met de bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak.
Medische rapportages en deskundigenadviezen bevestigden dat appellant geschikt was voor rugsparend werk zonder urenbeperking, met een ziekteverzuim van circa één dag per week. De Raad oordeelde dat de arbeidskundige grondslag onjuist was omdat appellant niet aan de diploma-eisen van enkele functies voldeed, waardoor het besluit gebrekkig gemotiveerd was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen. Tevens veroordeelde de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en betaalde rechten.
Uitkomst: Het bestreden WAO-besluit wordt vernietigd en het Uwv moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen.