ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Toetsing inkomenseis en resterende verdiencapaciteit bij WGA-uitkering
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 80%. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het de WGA-uitkering betrof, maar gegrond voor zover het de resterende verdiencapaciteit en inkomenseis betrof, en vernietigde dat deel van het besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV de inkomenseis bij het vaststellen van het recht op een WGA-uitkering moet meedelen en dat belanghebbenden deze vaststelling kunnen laten toetsen. De rechtbank had ten onrechte het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en ten onrechte het besluit gedeeltelijk vernietigd, omdat de vaststelling van de resterende verdiencapaciteit en inkomenseis geen zelfstandig deelbesluit vormen.
Appellante stelde dat het UWV haar resterende verdiencapaciteit onjuist had vastgesteld omdat zij een urenbeperking had vanwege behandelingen. De Raad vond echter dat het UWV dit standpunt voldoende had onderbouwd en dat de behandelingen niet medisch noodzakelijk waren om een urenbeperking te rechtvaardigen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde de inkomenseis per 10 september 2006 vast op € 6,14 per uur, gebaseerd op de resterende verdiencapaciteit van € 12,28 bruto per uur. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de inkomenseis vastgesteld op € 6,14 per uur.