ECLI:NL:RBROE:2008:BC9468
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vaststelling omgangsregeling wegens geschonden vertrouwen minderjarige
De rechtbank Roermond behandelde het verzoek van moeder tot vaststelling van een omgangsregeling met haar minderjarige kind, waarbij beide ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Moeder verzocht om omgang gedurende een weekend per veertien dagen, maar de rechtbank stelde vast dat het contact tussen moeder en kind sinds november 2006 ernstig verstoord is. Het kind voelt zich door moeder in de steek gelaten en beschuldigd van diefstal, wat het vertrouwen heeft beschadigd.
De rechtbank nam kennis van de inspanningen van moeder via Bureau Jeugdzorg, die niet tot herstel van contact hebben geleid. Gezien de leeftijd van het kind en diens onwillige houding achtte de rechtbank het belang van het kind leidend. De rechtbank oordeelde dat zolang het vertrouwen niet is hersteld, omgang niet mogelijk is en wees het verzoek af.
Daarnaast zag de rechtbank geen reden om het omgangsrecht tijdelijk te schorsen, omdat dit het contactherstel niet zou bevorderen. Moeder blijft omgangsgerechtigd, maar feitelijke uitoefening van het recht is momenteel niet mogelijk. Tegen deze uitspraak kan binnen drie maanden beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling wordt afgewezen wegens geschonden vertrouwen van de minderjarige.