ECLI:NL:RBOVE:2026:668
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen invordering dwangsom wegens niet voldoen aan last onder dwangsom
De zaak betreft een beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg tot invordering van een dwangsom van €12.000. Deze dwangsom is opgelegd wegens het niet tijdig indienen van een melding van beëindiging van bedrijfsactiviteiten en het niet aanleveren van een bodemkwaliteitsrapport.
Het college stelde dat eiseres niet aan de opgelegde last onder dwangsom had voldaan, terwijl eiseres betoogde dat de last onterecht aan haar was opgelegd en dat er geen overtreding had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en dat de bezwaren tegen de last onder dwangsom in deze procedure niet opnieuw beoordeeld konden worden, tenzij sprake was van een uitzonderlijk geval, wat niet het geval was.
De rechtbank stelde vast dat de vaststelling van de overtreding door een bevoegde medewerker van de Omgevingsdienst IJsselland was gedaan en dat het controlerapport betrouwbaar was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die invordering van de dwangsom konden verhinderen. Daarom bleef het bestreden besluit in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.