ECLI:NL:RVS:2024:2594
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- M. Soffers
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invorderingsbeschikking dwangsom geluidhinder bedrijf Meerssen
Het college van burgemeester en wethouders van Meerssen legde op 4 oktober 2018 aan een bedrijf dat hondenvoer produceert een last onder dwangsom op vanwege geur- en geluidhinder. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank Limburg de last onder dwangsom en invorderingsbeschikking voor geurhinder, maar handhaafde deze voor geluidhinder. Het bedrijf stelde hoger beroep in tegen het deel over geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde de onderbouwing van de geluidshinder, waarbij meerdere rapporten van de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg (RUDZL) en een eigen rapport van Volantis Consultancy werden betrokken. De Afdeling concludeerde dat het rapport van 4 juli 2019, dat ten grondslag lag aan de invorderingsbeschikking, niet voldeed aan de vereisten van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (HMRI) en onvoldoende controleerbaar was.
Daarmee was het college niet gerechtigd tot invordering van de dwangsom over te gaan. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit over de invordering van 16 juni 2020 en verklaarde het hoger beroep gegrond. De last onder dwangsom zelf bleef in stand. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van deugdelijk en controleerbaar bewijs bij handhaving van milieuregels en bevestigt de toepassing van de HMRI als norm voor akoestische rapportages.
Uitkomst: De invorderingsbeschikking van 16 juni 2020 wegens geluidhinder wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.