ECLI:NL:RBOVE:2026:546
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen invordering dwangsom wegens onzelfstandige bewoning
De zaak betreft de invordering van een dwangsom van € 3.000,- door het college van burgemeester en wethouders van Deventer wegens het niet naleven van een last onder dwangsom. De eigenaar van een pand aan een adres in Deventer was gelast om de onzelfstandige bewoning door meer dan twee personen te staken, maar toezichthouders constateerden dat zes personen in het pand verbleven zonder dat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
De eigenaar voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van het tijdelijke verblijf van twee extra bewoners en beriep zich op het vertrouwensbeginsel met betrekking tot een vermeende toelating van tijdelijk verblijf tot drie maanden. De rechtbank oordeelde dat de eigenaar als eigenaar beschikkingsmacht heeft over het gebruik van het pand en dat het niet op de hoogte zijn van de overtreding niet ontslaat van aansprakelijkheid.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat geen toezeggingen of beleidsregels bestonden die tijdelijk verblijf tot drie maanden toestonden. De rechtbank concludeerde dat het college terecht tot invordering van de dwangsom is overgegaan en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de eigenaar tegen de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en de invordering van € 3.000,- blijft in stand.